Tien jaar geleden, tien jaar later

Ik ben Julie, ik ben vijftien en ik ben hier sinds vandaag

Op 22 november 2009 werd ik in allerijl naar een nabijgelegen spoeddienst gebracht. Ik was vijftien, zat in het vierde middelbaar, en wou dood. Ik wou al een hele tijd dood, al jaren eigenlijk. Maar op die dag probeerde ik mezelf van het leven te beroven. En ik kwam via de spoeddienst terecht op een gesloten psychiatrische crisisafdeling. Na één nachtje werd ik doorgestuurd naar de kinder- en jeugdpsychiatrie. Opgelucht, teleurgesteld en angstig tegelijkertijd. Wat zou er nu gebeuren? Hoe zou mijn leven er nu uitzien?

Ik herinner me het nog goed. Toen we op de kinderpsychiatrische afdeling aankwamen, moesten we op een deurbel duwen. En dan kwam een verpleegkundige ons binnenlaten. Hij heette ons welkom op de afdeling. Ik had geen idee wat me te wachten stond. Wat doet een mens allemaal tijdens zo’n opname? Daarna hadden we een gesprek met de kinderpsychiater, waar de verpleger in kwestie ook bij was. Van dat gesprek weet ik echter niet meer zoveel. Buiten de woorden: ‘we beginnen met een crisisopname van een week, en dan kunnen we het verblijf verlengen met zes weken’.

Dan kreeg ik een kamer toegewezen. Ik kwam in leefgroep 3 terecht. De groepsgenoten hadden al gegeten, maar ik kreeg op mijn kamer nog een avondmaal. Dan moest ik mezelf voorstellen aan de groep. Naam. Leeftijd. Hoe lang je hier al bent. Ik was zo angstig dat ik de woorden amper over mijn lippen kreeg. ‘Ik ben Julie, ik ben vijftien en ik ben hier sinds vandaag’.

Zes weken zouden achttien weken worden. En de gruwel die ik verwachtte van een kinderpsychiatrische afdeling, was helemaal niet terecht. Ik heb eigenlijk wel mooie momenten gehad gedurende die vier maanden. Ik heb sprankeltjes hoop gevoeld, naast al het verdriet en de angst die overheersten.

Na die ene opname zouden er nog twintig volgen in verschillende ziekenhuizen. Gaande van korte crisisopname tot een maandenlange hospitalisatie. Er zijn veel nare dingen gebeurd. Isoleercellen, spuiten in mijn kont waarvan ik drie dagen sliep. Enzovoort. Gelukkig vormden de nare ervaringen de minderheid van wat er allemaal plaatsvond tijdens die opnames. Ik heb vooral warmte en nabijheid gevoeld. Veiligheid.

Vandaag is het tien jaar geleden, en zijn we tien jaar verder. Ik had nooit gedacht dat ik nog in leven zou zijn. En dat het leven de moeite waard zou worden. Vandaag ben ik getrouwd, ben ik omringd, doe ik wat ik graag doe.

En die eerste opname heeft het zaadje geplant om me langzaam aan beter te voelen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ode aan de verzorgende

Het is vrijdagochtend. Gisteren ben ik in samenspraak met de neuroloog op spoed geweest wegens een hevige episode van clusterhoofdpijn. Zoals je weet kan een bezoek aan de spoeddienst heel wat uren in beslag nemen. Zeker omdat er veel neurologen afwezig waren. Daarnaast is er van alles aan de gang en heb ik amper de courage gehad om te ademen alleen. De hoge dosis cortisone houdt me de hele nacht wakker en het huishouden ligt er als een mesthoop bij. En dan krijg ik telefoon met de boodschap: ‘Julie, Familiehulp hier, kan jij deze voormiddag thuiszorg gebruiken?

En ik verzuchtte: ‘ja, graag’.

Een uur later was de verzorgende hier al. Een redder in nood. Het huis was een ware mesthoop, en daar schaamde ik me voor. Maar de verzorgende zei: ‘je hoeft je hiervoor niet te schamen, wij zijn er om je te helpen’. En samen verdeelden we de werken en gingen we aan de slag. Een uurtje later was het huis al onherkenbaar.

Verzorgenden verdienen een medaille. Hun hulp en zorg maakt een wereld van verschil voor velen, ook voor mij. De hulp, het gezelschap, de nabijheid. Thuiszorg is veel meer dan de was en plas doen. Het is zorg dragen voor de meest kwetsbare mensen. Het is ‘er zijn’. En niets is hen teveel. Ze zijn er, ook als het huis er gênant rommelig bij ligt.

Ik ben dankbaar. Voor de zorg, voor ‘er zijn’. Ik ben zo dankbaar.