Mijn pijnverhaal

De zaken die ik eerder op deze blog postte, gingen meestal over mijn psychische kwetsbaarheid. Maar dat is jammer genoeg niet het enige. Naast de psychosegevoeligheid leef ik al heel wat jaren met chronische pijn. Al heb ik daar nog niet zo vaak over geschreven. Sinds het voorjaar van 2013 heb ik ook periodieke clusterhoofdpijn. Gelukkig is dit nu onder controle met de medicatie die ik neem, al blijft de angst voor aanvallen groot. Maar over de clusterhoofdpijn schrijf ik later een aparte blogpost. Die pijn heeft zo’n groot aandeel in mijn leven dat het een eigen hoekje ‘verdient’. Of eerder opslorpt.

Ooit was ik dertien

Op het einde van het eerste middelbaar sloeg de bom in. Genadeloos. Ik had last van wijdverspreide spierpijn, een drukkende hoofdpijn en een slopende vermoeidheid. Ik bleef thuis van school. De huisarts liet mijn bloed op allerlei aandoeningen testen, maar er kwam niets bruikbaar uit. Er volgde een doorverwijzing naar de kinderarts. Ook daar doorliep ik alle mogelijke onderzoeken, wederom zonder noemenswaardige resultaten. Ik was intussen al weken niet meer naar school geweest. Toen werd ik op de kinderafdeling van het ziekenhuis opgenomen. Er volgden gesprekken met een psychologe die me overspannen en depressief noemde. Dat was ook zo. Alleen werd ik direct uit het ziekenhuis ontslagen, zonder noemenswaardige nazorg. Men noemde het psychosomatisch, dus er was niets aan de hand. Ik kon terug alles doen wat ik voorheen deed. Dus na negen weken ging ik terug naar school. Halve dagen gelukkig. Maar veel begrip was er niet.

Ik kon dankzij enkele geduldige leerkrachten zoveel mogelijk inhalen van die negen gemiste weken. Ik hoefde ook geen examens af te leggen, omdat ik tijdens de eerste twee trimesters goede resultaten behaalde. Maar de sfeer werd grimmig. De klastitularis verklaarde op het oudercontact dat ‘dit niet meer mocht gebeuren’. De internaatsopvoeder zei voor de ganse groep dat ik ‘moest stoppen met alsof te doen, want er was niets aan de hand’. Mijn fysieke klachten hadden geen naam, dus het bestond voor velen niet. Maar de pijn was immens, de vermoeidheid ook. Ik twijfelde aan mezelf en begon te denken dat ik me het inbeeldde, net zoals me zo vaak was gezegd. Ik hulde me in een stilzwijgen en ging naar het tweede middelbaar.

Ooit was ik achttien

De jaren gingen voorbij. De pijn bleef zeuren maar ik durfde er niet meer zo goed over te praten. Ik deed voort. Tot ik op mijn achttiende weer een zware opstoot kreeg. Immense pijn en vermoeidheid. Genadeloos. In die mate dat zelfs de trap nemen moeilijk werd. Ik werd opnieuw binnenstebuiten gekeerd en er werden allerlei diagnoses gesteld. Spasmofilie, fibromyalgie, trapeziussyndroom, chronische vermoeidheid. Enzovoort.

Een jaar lang heb ik me toen met medicatie en allerlei lapmiddelen proberen behelpen. Het was dweilen met de kraan open. Bewegen werd steeds moeilijker en ik voelde me niet altijd even serieus genomen. Want ik zag er heel gezond uit. Net zoals je als buitenstaander mijn psychische problemen niet kon ‘zien’.

Toen ik voor de zoveelste keer lamlendig, stijf en stram bij de huisarts was, stelde zij voor om een revalidatietraject te gaan volgen. Dit bij de pijnkliniek van een naburige stad.

Pijnkliniek

Na enkele gesprekken en (gelukkig) weinig extra onderzoeken werd ik toegelaten voor het revalidatietraject. Twaalf weken lang zou ik aan verschillende behandelingen deelnemen. Terug leren bewegen bij de kinesist, relaxatietherapie bij de psycholoog, ergotherapie, enzovoort. Hoewel ik een wrak was, ben ik er toch voor gegaan. Ik had weinig te verliezen want er waren slechts weinig zaken die ik nog kon. Dus ik startte ermee.

De diagnoses die ik eerder kreeg, besloot ik niet meer te gebruiken. Voor mij zijn het verzamelbegrippen, overlappen elkaar zo dat ik er weinig aan heb. Ik heb chronische pijn. Die term gebruik ik nu. Niet meer alle labels die zo weinig zeggen. Want ze maken me niet beter. Ik wil me er ook niet mee identificeren.

Ooit beter?

Aanvankelijk startte ik met iets teveel verwachtingen aan het traject in het ziekenhuis. Ik dacht dat men mij daar volledig van mijn pijn zou verhelpen. Ik was tenslotte slechts twintig en wou doen wat andere jongeren deden: naar festivals gaan, reizen,… Bij mij lukte dit niet en dat was heel pijnlijk. Dus ik stelde al mijn hoop op de artsen en hoopte dat zij het gingen oplossen. Maar dat was niet zo.

De pijn is niet weg. Helemaal niet. Ik leef nog elke dag met een zeurende kniezende pijn. Maar net dat probeer ik te plaatsen. Toen ik vroeger naar steeds zwaardere pijnstillers greep, besefte ik op de duur ook wel dat de sleutel daar niet lag. Ik bleef zoeken naar medicijnen die alles zouden oplossen, maar ik keerde telkens van een kale reis terug. Ik moest het zelf doen. Zoeken wat voor mij verlichting kon geven, in plaats van de magische oplossing.

Dus ik richtte mijn pijlen op bewegen, mijn conditie opbouwen. Er zijn momenten geweest dat ik aan een slakkentempo huilend op de loopband stapte. Wanhopig. Angstig. Maar er kwamen ook beter momenten, waarop ik de pijn kon plaatsen. Ik begon met zwemmen en deed rondjes op mijn elektrische fiets.

Naast het bewegen ging ik aan de slag met mindfulness en relaxatie. Ik bouwde mijn medicatie af tot alleen wat echt nuttig was. En de psychiater en psycholoog bleven me ondersteunen waar dat nodig was.

De pijn is er elke dag. Maar ik voel me gelukkiger en actiever, kan meer doen. Ik kan terug vrij ademen, voel terug zin in het leven.

Met de pijn, de pijn blijft.

Ik heb pijn, maar ik laat de pijn mij niet hebben.

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s