11 jaar geleden, 11 jaar later

Op 22 november 2009 veranderde het. Toen ik deze zondagavond via de spoeddienst naar de afdeling psychiatrie werd doorgesluisd, besefte ik het. Mijn leven zou anders worden. Het was al enkele jaren bezig, wat men toen voorzichtig als depressie formuleerde. Depressie, het leek recht uit een catalogus van de Ikea geplukt te zijn. Een depressie was niets voor vijftienjarigen. Naar fuiven gaan, dat was iets voor vijftienjarigen. Maar dit niet. We wandelen door de lange gang naar de EPSI, een plek waar ik nog veel zou komen. Een verpleegkundige opende de deur voor me. De deur zat op slot. Ik zat op slot. Opgesloten. En ik zag vrijwel niets want ik had bril noch lenzen bij me. Men gaf me een pilletje om te slapen. Ik kon de vrouw die me het pilletje gaf niet helder zien, maar ze leek wel lief. Al was ik ook achterdochtig. ‘Wat gaat er nu gebeuren?’

‘Rustig’, zei ze. ‘Eerst een goede nachtrust, morgen zien we wel’ verder.’

Verder leek een eeuwigheid te duren. Net zoals de nacht in dit vreemde ziekenhuisbed.

Het werd ochtend. Men serveerde me een stapeltje boterhammen met aardbeienconfituur maar ik kreeg niets binnen. Ik lepelde het yoghurtje dan maar op om toch iets in mijn maag te hebben. De angst won van de eetlust. Mijn onaangeroerde boterhammen waren net weggenomen toen een vrouw mijn kamer binnenwandelde. Een stevige tred en een indrukwekkende bos sleutels aan haar broeksriem. Zij bleek psychologe te zijn. Ze praatte even met me en overhandigde me enkele vragenlijsten die ik moest invullen. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes om de vragenlijsten minutieus te kunnen invullen, zonder bril. Ik gaf ze aan een verpleegkundige. Een paar uur later kwam de psychologe op de hoek van het ziekenhuisbed zitten. Het enige wat ik me herinner zijn de woorden ‘depressie’ en ‘verdere opname op de kinder- en jeugdpsychiatrie’. Ik kon er wel mee leven want schoolgaan was al heel lang niet meer mogelijk. Ook al deed ik het wel. Ik ging kapot.

Ik kon de dag zelf nog in de kinderpsychiatrie terecht voor een opname. Intussen waren er nog enkele gesprekken. De meeste woorden waren nog te beangstigend om neer te schrijven. Ik moest aan school denken, wat zouden de anderen zeggen? Ik had ook geen GSM bij dus ik kon niemand bereiken. De dag duurde lang en ik volgde de schooldag vanop afstand mee, volledig in mijn hoofd. ‘Nu is het turnles, straks Nederlands,…’ Ik besefte nog niet dat school nu absoluut geen prioriteit was. Ik besefte (gelukkig) ook niet dat ik vier schooljaren zou verliezen. Vier jaren die zomaar werden weggekaapt.

Eens het avond werd zag ik mijn ouders terug. Samen gingen we naar het ziekenhuis waar de opname zou plaatsvinden. Eenmaal in het ziekenhuis namen we de lift naar de afdeling waar het zou gebeuren. Deze afdeling was ook op slot. Er was een deurbel en er kwam een begeleider de deur openen voor ons. Dat voelde heel erg beangstigend, en tegelijkertijd veilig. Er volgde een gesprek met de kinderpsychiater. Ik had nog nooit een psychiater van dichtbij gezien en was heel erg nerveus. De enige psychiater die ik kende was Hannibal Lecter dus dat was niet echt hoopgevend. Gelukkig bleek deze arts geen kannibalistische trekken te hebben. Hij was zelfs vriendelijk. Misschien zelfs lief. En de opname kwam er. Beginnend met een week crisisopname. Ik kreeg een kamer en installeerde me, nog steeds niet beseffend wat er aan het gebeuren was. Gelukkig had ik toen wel m’n bril terug en hoefde ik -mijn intussen vermoeide- ogen niet meer telkens tot spleetjes te knijpen.

De opvoeder kwam de kamer binnen en vertelde dat ik kon kennismaken met de groep. Dit maakte me instant nog zenuwachtiger. Wat moest ik gaan vertellen? Ik betrad de leefruimte en alle jongeren stelden zich voor. Naam. Leeftijd. Hoe lang je hier al bent. Ik mompelde mijn naam en leeftijd en dat ik hier net was. Verder zweeg ik. Ik kon eten op de kamer, de groep had al gegeten. En ’s avonds keken we naar een programma van Tom Waes. Het werd nacht. De nachtverpleegkundige kwam me een goede nacht toewensen. Een goede nacht werd het niet, maar wel de eerste van een nieuw tijdperk.

En dan was het zo. Vijftien en opgenomen in psychiatrie.
Voor mij leek dit het einde.

Maar eigenlijk moest het nog beginnen.

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s