‘So, what’s your diag-nonsense’, vroeg Lisa

Mijn eerste diagnose kwam tijdens mijn opname op de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ik was vijftien en zou aan een depressie en een posttraumatische stressstoornis lijden. Dit waren labels waar ik me wel in kon vinden. De psychiater van de kinderpsychiatrie was voorzichtig met het stellen van diagnoses. Hij vond ons als minderjarigen nog te jong om een levenslang etiket aan te smeren. Een jaar later verhuisde ik naar de jeugdafdeling van een kliniek in hartje West-Vlaanderen. Daar werd de diagnose psychotische stoornis gesteld. Iets waar ik me ook wel in kon vinden. En uiteindelijk werd er dan een schizoaffectieve stoornis in combinatie met complexe PTSS vastgesteld.

Het probleem was wel dat ik me ging gedragen naar m’n diagnoses. Dit deed ik helemaal niet bewust. Maar ongewild verstopte ik me wel achter de diagnoses.

Daarnaast gingen ze ook voor een stuk mijn identiteit overnemen. Ik was niet meer Julie, die houdt van paarden, kunst, literatuur, mensen, politiek. Mijn aandoeningen vormden mijn identiteit. Ik was Julie en ik was ziek. En zo ging ik voor het grootste deel enkel nog om met mensen met psychische problemen. Ik voelde me er veilig. Ik hoefde me niet te verantwoorden als ik eens iets ‘vreemd’ deed. Ik was tenslotte de Julie met haar labels. En de labels vormden m’n identiteit. Niet m’n passies en ook niet de zaken waar ik goed in ben. Enkel nog het enge wereldje van de psychiatrie. Want dat wereldje geraakte ik langzaam aan gewoon. Ik kende de wereld buiten psychiatrie niet meer zo goed.

Er was ook een periode waarin ik me verzette tegen diagnostiek. Toen ik een jaar of eenentwintig was. Toen wilde ik ‘normaal’ zijn. Geen etiketten, geen psychiatrie, niet afzien. Ik ging alle hulp uit de weg tot het volledig uit de hand liep en ik wel moest opgenomen worden. Dit was een moeilijke periode en voelde een beetje als een tweede puberteit. Terwijl ik nooit ‘normaal’ had kunnen puberen. Want ik verbleef telkens in psychiatrie. Puberen in een psychiatrische kliniek was moeilijk.

Nu ben ik vijfentwintig en heb ik ergens wel ‘vrede’ met mijn labels, ook al is dat echt niet gemakkelijk. Ik ga me er niet meer achter verstoppen en ze voelen ook niet meer als een last. Mij hebben ze de etiketten opgekleefd die echt bij mijn problematiek passen. Maar ik ben meer dan die etiketten, dan die labels. Ze vormen slechts een klein deeltje van mijn identiteit.

Voor de rest ben ik Julie. Ik hou van paarden, kunst, literatuur, mensen. Enzovoort. Ik ben meer dan mijn etiketten.

In ‘Girl, Interrupted’ vraagt Lisa: ‘So, what’s your diag-nonsense?’

Maar echt nonsens zijn het niet voor mij. De labels bevestigen dat ik niet alleen ben in m’n situatie. Dat er een naam is voor mijn problemen. Ook al ga ik niet mijn ganse identiteit tot mijn etiketten herleiden.

2 gedachten over “‘So, what’s your diag-nonsense’, vroeg Lisa

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s